Nieuwe stap naar een toekomstgerichte financiering van de thuisverpleging

In 2023 gaf minister Frank Vandenbroucke de opdracht om een pilootproject stimulerende praktijkfinanciering in de thuisverpleging uit te werken, met als doel een holistische benadering van de patiënt te bevorderen, de samenwerking binnen het team te versterken en de praktijkvoering structureel te verbeteren.
Dat betekende het begin van een intensieve samenwerking tussen Vlaamse en Waalse vertegenwoordigers. Vandaag wordt de laatste hand gelegd aan een ambitieus traject van drie jaar dat de kans biedt om te experimenteren, te leren en de basis te leggen voor een duurzaam financieringsmodel.

Het pilootproject bestaat uit twee grote onderdelen. Enerzijds is er de activiteitenfinanciering, waarbij alle taken die een thuisverpleegkundige uitvoert, in kaart worden gebracht en waarbij deze worden vergoed via een vastgelegd uurbedrag. Op die manier wordt de volledige tijdsbesteding van de verpleegkundige aan de patiënt erkend en vergoed, los van de huidige nomenclatuur.
Anderzijds is er de stimulerende praktijkfinanciering, die de kwaliteit van de praktijkvoering naar een hoger niveau tilt. Dit onderdeel omvat investeringen in een betere organisatie en samenwerking.

Belangrijk om te benadrukken: dit pilootproject is geen vooruitlopen op het definitieve financieringsmodel. Het dient als proeftuin, waarin ervaring wordt opgedaan en gegevens worden verzameld die later richting zullen geven aan een toekomstig financieringssysteem.

Het project loopt drie jaar, waarvan de deelnemende praktijken (max. 1000 voltijdse collega’s) gedurende twee jaar worden gefinancierd volgens het nieuwe systeem. Het wordt wetenschappelijk begeleid en geëvalueerd door het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE).

Voor de sector thuisverpleging is dit pilootproject van groot belang. De resultaten kunnen de basis vormen voor de nieuwe manier waarop de thuisverpleging in de toekomst kan worden gefinancierd. Tegelijkertijd wordt het een uitdaging, want het vraagt een totaal andere manier van werken en organiseren.

Een officiële oproep vanuit het RIZIV tot deelname volgt dit najaar. Praktijken met minstens drie verpleegkundigen kunnen deelnemen, ongeacht of het om loontrekkende of zelfstandige verpleegkundigen gaat, en zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Er wordt gewerkt met een verdeelsleutel zodat de uiteindelijke selectie een representatieve weergave van de sector vormt. Bijkomend zullen dan ook de concrete voorwaarden worden bekendgemaakt. Meer praktische informatie volgt dus later.

Vanuit ConnectGroep beschouwen we dit pilootproject als een belangrijke stap en een waardevol onderzoek. De vergelijking tussen de KATZ-schaal en BelRAI die ook binnen dit onderzoek meegenomen wordt, zal ons ongetwijfeld nieuwe inzichten opleveren. Tegelijkertijd leven er nog veel vragen over de praktische uitvoering. Vooral de impact van deelname op de werking van een praktijk en de rol van de coördinator is op dit moment onvoldoende duidelijk.

We volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet op en houden jullie via onze communicatiekanalen op de hoogte.